Vissoorten aan de Nederlandse en Belgische kust.


Niet alle onderstaande vissoorten zal je even gemakkelijk te pakken krijgen. Sommige kustvissers willen zoveel mogelijk van een soort vangen en andere vinden voldoening in het vangen van een lastig exemplaar. Ook ben je vaak aan een seizoen gebonden voor een bepaalde soort waarbij een overgangperiode van bijvoorbeeld winter naar zomer leuke combinaties kan opleveren.

Mei is bijvoorbeeld zo'n maand waarin je kans maakt op zowel nog kleine gul (wintervis) als zeebaars (zomervis) maar waarin de vissen door paaitijd erg onverschillig bijten. Ook maak je dan kans op de eerste haring en geep.

In een tabel op de artikelenpagina zal zowel de algemeen bekende vangstperiode worden aangegeven als een op basis van vangstberichten. Een gesloten periode zoals in zoetwater kennen we bij zeevissen niet.



Soort: Kenmerken: Vangsttips:

Aal (Anguilla Anguilla)

Leeft in zowel zoet als zout water en staat in de volksmond bekend als paling. De maximale vangst in Nederlands bedraagt ongeveer 110cm. Anders dan de congeraal welke voornamelijk in de Atlantische oceaan voorkomt en ca 3,5m groot kan worden. Bloed van de onbereidde paling is giftig.

Te vangen langs de gehele kuststrook echter minder aan de noordelijke stranden. Europoort levert regelmatig vangstmeldingen. Kan gevangen worden met stukjes vis, Zagers, Zeepieren die op de bodem worden aangeboden.

Bot (Platichthys Flesus)

Lijkt veel op de Schol en komt veel voor voor onze kust. Meest algemene soort om te vangen. Gulzige roofvis die de haak vaak diep slikt. Minder gewaardeerde vis in de keuken. Kan tot 60cm verwacht worden maar meest gangbaar zijn de kleinere exemplaren. Kan prima in brak en zoet water voorkomen.

Vrijwel alle kuststekken, met opkomend tij het best te vangen. Ook in zeer ondiep water. Dood en afgaandtij zijn minder goed. Zagers, slikzagers, pieren, mesheften zijn prima aas.

Diklipharder (Chelon Labrosus)

Hard 'gepanserd' lichaam. Komt het meeste voor van alle hardersoorten aan onze kust. Leeft in deels brak en zout water. Bekend als plantenetende vis maar eet oa. ook visrestafval. Kan ongeveer max 70cm worden.

Havens, riviermondingen en steenstortstekken zijn de ideale plaatsen om deze vis te vangen. Als aas wordt vaak brood, haring en zelfs kleine zagers gebruikt. Een voorstek aanleggen met het aas waarmee je vist is vrijwel een must.

Fint (Alosa Fallax)

Famillie van de haring. Zijn stippen op de zijflanken maken duidelijk dat het om een fint gaat. Tot 30cm kun je hem tegenkomen in Noordzee. Trekt in het voorjaar naar brak en zelfs zoet water om zich voort te planten.

Typisch een voorbeeld van een vispopulatie die zich door maatregelen een beetje aan het herstellen lijkt. Wordt veel in het deltagebied en de Europoort aangetroffen in het voorjaar. Gevangen wordt hij aan veer/haringpaternosters.

Geep (Belone Belone)

Energieke oppervlaktejager met spitvormige 'snavel' bek. Kan maximaal ongeveer 100cm worden.

Opent zijn jacht het liefts bij rustig water. Sterke stroming bij voorkeur mijden. Havenhoofden, strekdammen zijn favoriet. Ideaal aas is een stukje zalm (met huid), spiering en soms klein kunstaas.

Gul / Kabeljauw (Gadus Morhua)

Goed te vangen kustvis die regulier voorkomt. Tot ongeveer maximaal 90cm komen ze regelmatig voor. Kenmerkend voor deze aaseter zijn zijn grote bek met tastdraden. Vind zijn voedsel op reuk, zicht en gevoelige zijlijn. De kleinere vis noemt men Gul en de kanjers (>60cm) soms Kabeljauw.

Houdt van zanderige bodem in diep water met obstakels. Lichte tot zware stroming heeft zijn voorkeur. Jaagt veelal dicht bij de bodem. Als aas werken zagers en zeepieren prima. Ook kunstaas als pilkers en shads worden soms gebruikt.

Haring (Clupea Harengus)

Bekend als vangst is de zogenaamde panharing. Typische scholenvis die maximaal 40cm groot kan worden.

Wordt voornamelijk gevangen aan de Grevelingenzijde van de spuisluis op de brouwersdam ook in sommige havens. Simpele haringpaternosters (kleine haken met glimmertjes) voldoen als aas.

Horsmakreel (Trachurus Trachurus)

Baarsachtige vis die voornamelijk in warmer zeewater leeft. Kan uitgroeien tot 70cm. Wordt vaak gevangen om verwerkt te worden tot vismeel en is niet erg populair in onze keuken vanwege zijn grote hoeveelheid graten.

Tijdens de makreeltrips wordt deze vis vaak als bijvangst meegepakt aan de makreelpaternoster. Soms te vangen op onze havenhoofden.

Makreel (Scomber Scombrus)

Sterke vis die veel weg heeft van een tonijnsoort. Echte scholenvis die in warm water voor onze kust aast. Deze vis kan tot maximaal 60cm aangetroffen worden.

Evenals de horsmakreel te vangen vanaf de havenhoofden en uiteraard vanuit de boot. Scholen met duikende meeuwen duiden vaak op scholen oppervlakte aasvis waarop de makreel aan het jagen is. Makreelpaternosters met veren alsook spinners zijn het gangbaarste kunstaas.

Schar (Limanda Limanda)

Schuwe vissoort welke zich van bot en schol onderscheidt door zijn 'matglazen' onderkant. Kleine vissoort die tot maximaal 40cm aangetroffen kan worden. Prima consumptievis mits voldoende groot.

Leeft graag in zuurstofrijk en helder zout water. Diepte is een must om deze vis te vangen. Gezouten pieren zijn favoriet. (leeggestreken zeepieren zouten en bewaren in krantenpapier). De zager en gewone zeepier doet het ook prima.

Schol (Pleuronectes Platessa)

Oranje gevlekte platvis die zich echt onderscheidt van de bot door zijn knobbels van zijn oog tot kieuwlijn. Kan tot 50cm verwacht worden aan de kust. Voor de kantvisser is dit geen regulier te vangen vis, maar meer een toevalstreffer, het is evenals de schar een diepteliefhebber.

In het goede seizoen (zie tabel) sporadisch te vangen in dieper water. Verwacht hem niet snel aan het strand! Na een flinke zuidwester soms te vangen aan zagers en pier.

Steenbolk (Trisopterus Lucus)

Kleine kabeljauwachtige vis en evenals de wijting een felle onvoorzichtige rover. Exemplaar van maximaal 40cm kun je aantreffen. Scholenvis die net als kabeljauw erg behendig is in het vinden van voedsel onder veel omstandigheden.

Aan alle strandstekken, riviermondingen en havenhoofden kun je deze 'vreter' aantreffen. Vaak in de avonduren. Alle natuurlijke zeeaastypen zal deze vis grijpen.

Tarbot (Psetta Maxima)

Een echte roofvis die graag aast op levende prooidieren. Aast graag op harde steenachtige bodem en zandgrond. Verwacht hem tot maximaal 20cm als het je lukt aan de kust. Zeer smakelijke vis en gezien als delicatesse. Heeft veel weg van de griet.

Wordt vaak vanaf boten op gevist. De grevelingen is erg populair tegenwoordig. Stukjes vis zijn als aas een must. Bij voorkeur moet driftend worden gevist.

Tong (Solea Solea)

Tong is een nachtjager met een kleine mond. Hij komt voor tot ongeveer maximaal 50cm en blijkt zeer schuchter. Ondiep slik en zandgrond blijkt zijn jachtgebied.

Tijdens opkomend of afgaand tij kan deze vis prima gevangen worden op zowel zand of nog beter: slikgrond. Slikzagers, zeepieren en zagers voldoen prima als aas. Zelfs kniediep water kan behoorlijke formaten aan tong opleveren.

Wijting (Merlangius Merlangus)

'Neefje' van de Kabeljauw en trekt in scholen langs de kust. Is vaak een agressieve rover maar blijft qua omvang en lengte relatief klein (max ongeveer 50cm). Bekend van het lekkerbekje.

Houdt van ondiep helder water wat duidt op een typische zichtjager. Is dol op zeepieren, zagers en stukjes vis.

Zeebaars (Dicentrarchus Labrax)

Snelle roofvis die voornamelijk jaagt op levende prooivis. Zowel brak, zout en zelfs soms in zoetwater komt deze vis voor. Kan tot 100cm gevangen worden, maar zal het je dan niet makkelijk maken. Typische zichtjager.

Sterk stromend warm water is zijn favoriet. Europoort en stranden met sterke branding zijn ideaal. Wel moet het water bij voorkeur voldoende helder zijn in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Gul (allesvinder). Kunstaas als shads, lepels, twisters en vliegen blijken perfect. Evenals zijn favoriete aas: de zachte krab. (erg lastig te verkrijgen)

Zeeforel (Salmo Trutta)

Zwervende vis welke destijds uitgezet in Denemarken en sporadisch te vinden aan onze kust. Kan uitgroeien tot 140cm.

Spuisluizen blijken de ideale spek om het eens te proberen met oa de vlieg of lepels. Typische stromingvis die zich het best thuisvoelt is koel zuurstofrijk water. Ook vangsten bekend met slikzagertjes en dobbermontage in zwak stromend water.





Reakties van bezoekers op deze pagina: 

Aantal reakties op deze pagina : Nog geen!
Uw heeft zelf totaal : 0 reakties geplaatst op shorecasting